
We zijn met de Wetenschappelijke Raad (Ooa) al een tijdje op het spoor van duurzaamheid in relatie tot de adviseur. We zijn inmiddels aanbeland bij een volgend hoofdstuk en willen nu op zoek naar natuurpraktijken van organisatieadviseurs: Hoe creëer jij in je dagelijkse advieswerk een plek voor de natuur, voor meer-dan-menselijke perspectieven en voor ecologische verantwoordelijkheid? We zoeken praktijken die natuur niet behandelen als ‘context’ of ‘omgeving’, maar als mede-actor in veranderprocessen en in de manier waarop we organiseren en adviseren. Daarbij zijn we nieuwsgierig naar hoe adviseurs daar ruimte voor maken in een antropocentrisch wereldbeeld, en hoe zij leren werken met verwevenheid tussen mensen, materialen, lucht, water, bodem, dieren en ecosystemen.
Hoe werkt het nu in de praktijk?
Welke taal, werkvormen en interventies helpen jou als adviseur om niet alleen te spreken over duurzaamheid, maar om natuur daadwerkelijk centraler te zetten in de praktijk van het adviseren? We zijn in het bijzonder geïnteresseerd in praktijken die de stem van de natuur hoorbaar maken in overleg en besluitvorming, bijvoorbeeld door letterlijk een stoel vrij te houden voor de natuur of vanuit dat perspectief expliciete vragen te stellen. We zoeken ook praktijken die het klassieke denken in People, Planet, Profit opnieuw doordenken, en die het Planet-perspectief niet abstract houden maar concreet maken in het handelen van adviseurs. Tegelijk zoeken we voorbeelden van hoe adviseurs het duurzaamheidsvraagstuk kleiner en hanteerbaarder maken door te werken met kleine, concrete interventies in plaats van het grote probleem te willen ‘oplossen’.
Waarop is verder te ontwikkelen?
Daarnaast zoeken we praktijken die helpen om ruimte maken voor vertraging, twijfel, rouw en het beëindigen van destructieve routines, als onderdeel van professioneel handelen in het Antropoceen. We zoeken concrete werkvormen die niet alleen de natuur maar ook toekomstige generaties aan tafel zetten, bijvoorbeeld via het perspectief van de ‘goede voorouder’, en die adviseurs helpen om de lange termijn expliciet mee te wegen in hun adviezen. Welke natuurpraktijken gebruik je als adviseurs al, waar mis je nog wat, en welke nieuwe vormen van taal, verbeelding en interventie zijn nodig om een meer-dan-menselijke adviespraktijk te ontwikkelen?
Wat we met de oogst willen doen
Uiteindelijk willen we deze oogst niet alleen verwerken in een artikel, maar vertalen naar een werkboekje met bijvoorbeeld twintig tot dertig herkenbare natuurpraktijken van de adviseur, als uitnodiging tot experiment, reflectie en vakmanschap. Denk je mee? Stuur dan s.v.p. een bericht naar Martijn van Ooijen: Mvanooijen@kessels-smit.com.
Hartelijk dank!